Ik ben niet blijven talmen in Europese kloosters
Ik ben niet blijven talmen in Europese kloosters
en heb geen graven ontdekt tussen de hoge grassen
van ridders die zo mooi vielen als hun balladen verhalen;
ik heb het gras niet verdeeld
of opzettelijk als stro achtergelaten
Ik heb mijn geest niet vrijgelaten om te laten dwalen en te
wachten in die grote afstanden
tussen de besneeuwde bergen en de vissers,
als een maan,
of een schelp onder het bewegende water.
Ik heb mijn adem niet ingehouden
opdat ik de adem van G-d zou horen,
of mijn hartslag bedwongen met een oefening,
of gevast voor visioenen.
Alhoewel ik hem dikwijls gezien heb
ben ik niet de reiger geworden,
mijn lichaam aan de kust achterlatend,
en ik ben de lichtgevende forel niet geworden
mijn lichaam in de lucht achterlatend.
Ik heb de wonden en relikwieën niet aanbeden,
noch ijzeren kammen,
noch lichamen verpakt en verbrand in boekrollen.
Ik ben gedurende tienduizend jaren niet ongelukkig geweest.
Gedurende de dag lach ik en in de nacht slaap ik.
Mijn lievelingskoks bereiden mijn maaltijden,
mijn lichaam zuivert en herstelt zichzelf,
en al wat ik doe verloopt naar wens.
Ga naar volgend
gedicht
|