1. Jonas
Jonas dacht er niet aan zo te worden als die opschepper uit zijn
klas. Hij bekeek nauwkeurig zijn gezicht in de spiegel en veegde een
vlek damp weg op de plaats waar zijn neus had moeten zitten.
Inderdaad, onder zijn neus kon je heel zachte donshaartjes zien.
Zijn vader had gelijk: hij werd volwassen.
Dat had hij natuurlijk zelf ook al wel gemerkt: zijn lichaam was
helemaal anders gaan reageren. De lessen seksuele opvoeding die ze
verleden trimester gekregen hadden, waren daar alleen maar een
bevestiging van geweest.
Jonas, je wordt een man, of je dat nu leuk vindt of niet, dacht
hij.
Hij gleed met zijn vingers vanaf het lichte plekje snor - nou ja,
snor - over zijn kin heen. Net zoals zijn vader dat deed als hij aan
het nadenken was. Het was een soort automatisme, een tic. Zou hij
later ook zijn baard laten groeien?
Hij fronste nog eens nadrukkelijk zijn voorhoofd. Niet gek, dacht
hij. Al zeg ik het zelf.
- Niet gek, hoorde hij zichzelf herhalen.
Hij kon een glimlach niet verbergen, ook al stulpte hij zijn
lippen om er angstwekkend serieus uit te zien.
En de meisjes, dacht hij. Hoe vinden die me?
Dat hoort toch ook bij groot worden, of niet soms? Hij had wel in
de gaten dat Mieke altijd geïnteresseerd deed als ze op de
speelplaats stonden. En in de klas keek Kaat ook opvallend vaak in
zijn richting. Maar verder wilde hij niet denken. Eigenlijk voelde
hij meer voor het uitbundige spel met zijn vrienden dan voor die
blikken. Hij was niet zoals die kinkel van een Karel, die het zo
goed met de meisjes kon vinden. En zo wilde hij zeker ook niet
worden.
Daar had je het! Hij tuurde nu ingespannen naar zijn voorhoofd en
streek met zijn rechterhand een streep haar weg. Precies! Hij had
het gevoeld, de vorige nacht, toen hij met zijn voorhoofd op het
kussen lag. Een vervelende pijn. Het had hem niet meteen bang
gemaakt, maar nu hij ze zag, die rode vlek... O jee, er zat een wit
puntje midden in! Hij had het! Acne! Hij had er in een jeugdmagazine
over gelezen en had toen al het voorgevoel gehad dat hij natuurlijk
geen uitzondering op de regel zou zijn. Hij had nu eenmaal nooit
geluk.
Nergens vond hij nog sporen van andere puistjes. Toeval? Dat
hoopte hij alvast.
- Jonas, ga je een schoonheidsinstituut opstarten?
Zijn zus Maaike stond naast hem. Ze was twee jaar jonger dan hij,
bijna elf.
Nou, zij zal daar nog geen last van hebben, dacht hij. Ze is
zoveel jonger. Hoewel... Ze zeggen dat meisjes eerder volwassen
worden...
Maaike kwam haar trui halen, die ze vergeten had. Ze sloeg hem
losjes om haar hals en in het voorbijgaan stak ze nog gauw haar tong
uit.
— Knapperd! lachte ze spottend.
Hij wilde haar een forse tik geven, of iets giftigs terugzeggen,
maar ze was al uit de badkamer verdwenen. Gelukkig had ze die plek
op zijn voorhoofd niet gezien.
Ondertussen was hij ondanks zijn puistje helemaal gekleed
geraakt. Met het washandje bevochtigde hij zijn haar lichtjes en
kamde het wat meer naar voren. Nu nog een beetje gel op het puntje
van zijn vinger. Zo, de fout was bedekt. Als je heel goed keek, zag
je toch nog een vlekje... Hij was geneigd er steeds opnieuw naar te
kijken. Vreselijk. En ik moet vandaag mijn spreekbeurt houden!
toeterde hij in zichzelf.
Vanaf vandaag zou hij iedere morgen opstaan met een bang
voorgevoel. Wanneer zou de plaag toeslaan? Wanneer zou hij het
volgende slachtoffer worden, na Erwin, Paul, Francis en al die
anderen? En Cindy, want de meisjes bleven - gelukkig? -ook niet
gespaard. Hij zou in ieder geval aan zijn moeder vragen of ze eens
een zalfje tegen acne wilde meebrengen. Maar zij was natuurlijk ook
niet blind. Wie weet had ze er toen ze zelf nog een tiener was ook
geen last van gehad! Maar dat kon hij toch niet zomaar vragen? Hij
zou een geschikt moment afwachten. Als zijn eigen puistje verdwenen
was...
Jonas' dagboek had niet veel weg van een dagboek, het leek meer
op een gewoon schrift. Dat maakte het des te makkelijker om er
ongezien in te schrijven, zelfs tijdens de studie-uurtjes. Hij
zorgde er wel altijd voor dat zelfs de nieuwsgierigste studiemeester
nooit echt kon zien waar hij mee bezig was. Overigens, hij stond bij
iedereen in een goed blaadje, dus hadden ze niet zoveel interesse
voor wat hij deed. De leerkrachten en studiemeesters hadden het
vooral gemunt op de luiwammesen, op de nietsnutten, op de
dwarsliggers, en daar hadden ze ook meestal hun handen mee vol. Van
hem trokken ze zich niet veel aan. Zo'n knappe leerling, daar moest
je niet naar omkijken. Hij kon zonder veel moeite goeie cijfers
behalen en kon met bijna iedereen heel goed opschieten. Met meneer
Franssen bijvoorbeeld, die Nederlands gaf - ook een naam om
Nederlands te geven! - en met de juf van wie ze plastische opvoeding
kregen. Het was alleen maar jammer dat ze van haar zulke rare