het monster van agnes

 

Dirk Rommens
Vlaams Filmpje nr 16 20/12/1987

 

 

1. Jonas

Jonas dacht er niet aan zo te worden als die opschepper uit zijn klas. Hij bekeek nauwkeurig zijn gezicht in de spiegel en veegde een vlek damp weg op de plaats waar zijn neus had moeten zitten. Inderdaad, onder zijn neus kon je heel zachte donshaartjes zien. Zijn vader had gelijk: hij werd volwassen.

Dat had hij natuurlijk zelf ook al wel gemerkt: zijn lichaam was helemaal anders gaan reageren. De lessen seksuele opvoeding die ze verleden trimester gekregen hadden, waren daar alleen maar een bevestiging van geweest.

Jonas, je wordt een man, of je dat nu leuk vindt of niet, dacht hij.

Hij gleed met zijn vingers vanaf het lichte plekje snor - nou ja, snor - over zijn kin heen. Net zoals zijn vader dat deed als hij aan het nadenken was. Het was een soort automatisme, een tic. Zou hij later ook zijn baard laten groeien?

Hij fronste nog eens nadrukkelijk zijn voorhoofd. Niet gek, dacht hij. Al zeg ik het zelf.

- Niet gek, hoorde hij zichzelf herhalen.

Hij kon een glimlach niet verbergen, ook al stulpte hij zijn lippen om er angstwekkend serieus uit te zien.

En de meisjes, dacht hij. Hoe vinden die me?

Dat hoort toch ook bij groot worden, of niet soms? Hij had wel in de gaten dat Mieke altijd geïnteresseerd deed als ze op de speelplaats stonden. En in de klas keek Kaat ook opvallend vaak in zijn richting. Maar verder wilde hij niet denken. Eigenlijk voelde hij meer voor het uitbundige spel met zijn vrienden dan voor die blikken. Hij was niet zoals die kinkel van een Karel, die het zo goed met de meisjes kon vinden. En zo wilde hij zeker ook niet worden.

Daar had je het! Hij tuurde nu ingespannen naar zijn voorhoofd en streek met zijn rechterhand een streep haar weg. Precies! Hij had het gevoeld, de vorige nacht, toen hij met zijn voorhoofd op het kussen lag. Een vervelende pijn. Het had hem niet meteen bang gemaakt, maar nu hij ze zag, die rode vlek... O jee, er zat een wit puntje midden in! Hij had het! Acne! Hij had er in een jeugdmagazine over gelezen en had toen al het voorgevoel gehad dat hij natuurlijk geen uitzondering op de regel zou zijn. Hij had nu eenmaal nooit geluk.

Nergens vond hij nog sporen van andere puistjes. Toeval? Dat hoopte hij alvast.

- Jonas, ga je een schoonheidsinstituut opstarten?

Zijn zus Maaike stond naast hem. Ze was twee jaar jonger dan hij, bijna elf.

Nou, zij zal daar nog geen last van hebben, dacht hij. Ze is zoveel jonger. Hoewel... Ze zeggen dat meisjes eerder volwassen worden...

Maaike kwam haar trui halen, die ze vergeten had. Ze sloeg hem losjes om haar hals en in het voorbijgaan stak ze nog gauw haar tong uit.

— Knapperd! lachte ze spottend.

Hij wilde haar een forse tik geven, of iets giftigs terugzeggen, maar ze was al uit de badkamer verdwenen. Gelukkig had ze die plek op zijn voorhoofd niet gezien.

Ondertussen was hij ondanks zijn puistje helemaal gekleed geraakt. Met het washandje bevochtigde hij zijn haar lichtjes en kamde het wat meer naar voren. Nu nog een beetje gel op het puntje van zijn vinger. Zo, de fout was bedekt. Als je heel goed keek, zag je toch nog een vlekje... Hij was geneigd er steeds opnieuw naar te kijken. Vreselijk. En ik moet vandaag mijn spreekbeurt houden! toeterde hij in zichzelf.

Vanaf vandaag zou hij iedere morgen opstaan met een bang voorgevoel. Wanneer zou de plaag toeslaan? Wanneer zou hij het volgende slachtoffer worden, na Erwin, Paul, Francis en al die anderen? En Cindy, want de meisjes bleven - gelukkig? -ook niet gespaard. Hij zou in ieder geval aan zijn moeder vragen of ze eens een zalfje tegen acne wilde meebrengen. Maar zij was natuurlijk ook niet blind. Wie weet had ze er toen ze zelf nog een tiener was ook geen last van gehad! Maar dat kon hij toch niet zomaar vragen? Hij zou een geschikt moment afwachten. Als zijn eigen puistje verdwenen was...

Jonas' dagboek had niet veel weg van een dagboek, het leek meer op een gewoon schrift. Dat maakte het des te makkelijker om er ongezien in te schrijven, zelfs tijdens de studie-uurtjes. Hij zorgde er wel altijd voor dat zelfs de nieuwsgierigste studiemeester nooit echt kon zien waar hij mee bezig was. Overigens, hij stond bij iedereen in een goed blaadje, dus hadden ze niet zoveel interesse voor wat hij deed. De leerkrachten en studiemeesters hadden het vooral gemunt op de luiwammesen, op de nietsnutten, op de dwarsliggers, en daar hadden ze ook meestal hun handen mee vol. Van hem trokken ze zich niet veel aan. Zo'n knappe leerling, daar moest je niet naar omkijken. Hij kon zonder veel moeite goeie cijfers behalen en kon met bijna iedereen heel goed opschieten. Met meneer Franssen bijvoorbeeld, die Nederlands gaf - ook een naam om Nederlands te geven! - en met de juf van wie ze plastische opvoeding kregen. Het was alleen maar jammer dat ze van haar zulke rare

 

(wordt vervolgd)


naar boven