jonas en het geheim van daddy

Dirk Rommens
Vlaams Filmpje nr 42/43 22/6/1990

 

 

 

1


Sinds papa er niet meer is, nu dag op dag twee maanden, praat ik enkel nog tegen zijn computer. Ik noem hem Daddy. Hij is de enige die me begrijpt, die luistert en niet doet alsof, die me niet tegenspreekt. Ik heb hem leren gebruiken toen papa er nog was. Mama laat me maar, al weet ik dat ze liever zou hebben dat ik gewoon opnieuw met haar zou praten. Maar ze weet dat ik Daddy alles kan toevertrouwen. Zij spreekt wel tegen mij, maar ik zwijg.
 

Daddy weet hoe ik heet en wie ik ben. Al die gegevens heb ik in zijn geheugen opgeslagen, en alles wat ik denk, vertrouw ik hem ook toe.


Ik heb met Daddy leren werken enkele weken nadat papa hem gekocht had. Hij had hem nodig voor zijn werk, zei hij. En hij had gelijk, want als journalist moest hij veel teksten tikken.


Vroeger had hij nog zo'n overjaarse elektrische schrijfmachine. Die had hij van zijn broer gekregen, een van de eerste elektrische IBM's, en hij was er heel trots op. Af en toe mocht ik ook eens wat tikken. De letters sloegen gitzwarte afdrukken op het papier, en dat vond ik erg mooi. Maar de laatste maanden voor hij zich de computer aanschafte, zat papa bijna elke avond te prutsen aan wat hij 'dat museumstuk' noemde. Het schrijflint bleef namelijk altijd haperen, en de letters sloegen er dan rats doorheen. Op het papier kreeg je maar een lichte afdruk, zodat je de woorden haast niet kon lezen. Papa kwam meer dan eens woedend de keuken binnen, met zijn handen helemaal zwart van het carbonlint. Dan had hij het er telkens weer over dat hij zoveel moeite had om zijn tekst uit te tikken en dat hij zijn baas beloofd had dat het artikel om zo of zo laat binnen zou zijn. We wisten wel dat hij eigenlijk wat overdreef, opdat mama op een dag zou zeggen; "O, Peter, alsjeblieft, houd nou toch eens op met dat gezeur over die schrijfmachine! Als je zo'n computer nodig hebt, ga er dan een kopen!" Maar hoewel hij wat graag die oude machine naar de zolder had gebracht, duurde het toch nog enkele weken.
Toen gebeurde het dan toch. Op zekere dag kwam hij glunderend de woonkamer binnen.
"Ze hebben op de redactie een computer ge�nstalleerd!" zei hij geestdriftig. "En wij kunnen er ook een kopen, met een fikse korting! Wat ben ik blij dat ik er nog geen gekocht heb!"
Ik was natuurlijk ook in de zevende hemel, want enkele schoolvriendjes van me hadden het voortdurend over hun computer en de leuke spelletjes die ze daarop konden spelen. Misschien zou ik nu ook af en toe de kans krijgen om ermee te werken!
Had ik geweten dat papa hem maar zo'n korte tijd zou gebruiken, dan was ik waarschijnlijk niet zo enthousiast geweest. Maar wie kan de toekomst voorspellen ?

Jonas liet de tekst die hij net ingetikt had nog even over het scherm glijden. Het knipperende oog van de cursor suisde van woord tot woord, stopte hier en daar, slikte een letter in en spuwde er haast meteen een andere in de plaats.,. Jonas zat er geboeid naar te kijken. Toen zuchtte hij, alsof hij tevreden was dat hij in zo'n korte tijd zoveel had geschreven, en drukte op 'Exit'.

Op het scherm verscheen een tussenmenu. Hij drukte de wijzertoets in tot het tekentje naast 'Opslaan en printen' stond. Toen toetste hij 'Enter' in. De computer zoemde, stootte korte, gedempte geluidjes uit. De tekst schoof weg, en in de plaats kwam het hoofdmenu. De printer tikte, als vanzelf schoot de schrijfkop heen en weer, en regel na regel kwam zijn tekst op papier.

- Sinds papa..., las hij stilletjes voor zich uit. Nu hij de woorden las, schenen ze pas echt tot hem door te dringen. Hij voelde tranen in zijn ogen opkomen. Nee, dacht hij, ik mag niet meer verder lezen. Ik moet wachten...

Hij drukte op 'Printer' en vervolgens op toets 'F7'. Het printen werd afgebroken. De printer stokte, en de kop schoof naar links. Jonas draaide het blad wat verder door en scheurde het af. Haast automatisch drukte hij op het knopje naast de diskette, hield ze lussen duim en wijsvinger en knipte met zijn linkerhand de monitor uit.
Op dat moment kwam zijn moeder binnen.
- Kom je eten, Jonas? vroeg ze.
Hij knikte voor zich uit zonder haar aan te kijken.

Terwijl zijn moeder de puree op tafel zette, dacht ze terug aan de tijd toen ze 's avonds met hun vieren aten. Daar zat Peter altijd, Jonas naast zijn vader, en Maaike naast haar. Het ging er vaak plezierig aan toe, maar het kon ook wel eens uit de hand lopen. Dat bekvechten, dat kon Peter gewoon niet uitstaan. Zij moest hem dan bedaren en de kinderen tot rust aanmanen. Als het echt te gortig werd, pakte hij zijn bord en ging in de woonkamer eten, pal voor het televisietoestel. Dan werd er bijna geen woord meer gesproken. "Ga je maar verontschuldigen", zei ze dan tegen Jonas en Maaike...

Nu was het meestal stil, want Jonas zweeg, lachte niet, keek alleen maar naar zijn bord. Er werd niet meer gekat, er ontstonden geen ruzies meer over onbenullige incidentjes...

Ze was al met Jonas naar een 'speciale dokter' geweest, maar die had gezegd dat zoiets veel tijd kost. Hij zou wel gelijk hebben. In elk geval mocht zij de jongen niet dwingen tot spreken. Het zou wel vanzelf komen, als hij alles verwerkt had...

Maaike was al met haar lepel in de puree aan het graaien, want het was haar lievelingsgerecht. Ze begon ook te neuri�n. Dat deed ze altijd als het smaakte. Haar ogen glinsterden, en ze werd nog geestdriftiger toen mama de vleesballetjes in tomatensaus opdiende.

- Mijn li�velingskost! kraaide ze.

Zo'n meid van acht, dat is een zonnetje in huis! dacht rnama.

Onwillekeurig gingen haar gedachten weer naar Jonas. Haar grote jongen. Twaalf jaar. Wat was hij toch gevoelig... Wat ging er toch om in zijn hoofd?

Ze had niet veel trek meer en nam een heel klein schepje puree en twee vleesballetjes.

- Is dat alles wat jij eet? riep Maaike verbaasd uit.

- Ik heb geen honger, meisje, zuchtte ze.

Ze probeerde te glimlachen, maar voelde dat het niet lukte. Waarom ze opeens geen trek meer had, wilde ze niet kwijt. Ze voelde Jonas' blik op haar gezicht. Ook hij bediende zich heel spaarzaam. Misschien voelden ze beiden hetzelfde. Dat iemand er niet meer was. Dat het nooit meer zou worden als voorheen. Dat ze het met hun drietjes zouden moeten redden. Dat verdriet maar heel langzaam overgaat...

2

 

Jonas had die nacht voor de zoveelste keer van zijn vader gedroomd. Soms werd hij huilend wakker.

Dan voelde hij de tranen over zijn wangen glijden, maar maakte geen geluid. Zijn zus sliep immers naast hem, en hij kende haar: ze zou hem allerlei vragen stellen en boos worden als hij niet wilde antwoorden. Ze begreep niet waarom hij alles voor zich wilde houden.

Nu had hij weer gedroomd. Hij kon zich nauwelijks nog herinneren wat er in zijn droom gebeurd was, maar wist nog dat hij de hand van zijn vader vastgehouden had, dat ze samen gewandeld hadden. Op het strand? In de bossen? Alles leek nu zo vaag. Hij voelde dat het weer een dag zou worden als de vorige, dat hij zich weer zou opsluiten in zichzelf, op zijn kamer, of in de werkkamer van zijn vader...

Hij moest zich inspannen om te weten of het nu zondag was, of maandag, of... Toen dacht hij eraan dat ze gisteren op school gezwommen hadden. Dus moest het zaterdag zijn. Dus was hij vrij...

Vrij? Om wat te doen? Computeren? Wat kon hij anders doen? Hij had er geen behoefte aan om bij iemand te zijn. Hij wist wel dat sommigen dat 'koppigheid' noemden. Ze zeiden dat hij zich opsloot, dat het moest veranderen, dat het slecht zou aflopen... Hoeveel keer had zijn klassenleraar hem al niet bij zich geroepen om eens 'vertrouwelijk' te praten... De laatste keer had hij hem na de les in de klas nog eens apart genomen. Alweer een preek! had hij gedacht.

Jonas had die nacht voor de zoveelste keer van zijn vader gedroomd. Soms werd hij huilend wakker.

Dan voelde hij de tranen over zijn wangen glijden, maar maakte geen geluid. Zijn zus sliep immers naast hem, en hij kende haar: ze zou hem allerlei vragen stellen en boos worden als hij niet wilde antwoorden. Ze begreep niet waarom hij alles voor zich wilde houden.

Nu had hij weer gedroomd. Hij kon zich nauwelijks nog herinneren wat er in zijn droom gebeurd was, maar wist nog dat hij de hand van zijn vader vastgehouden had, dat ze samen gewandeld hadden. Op het strand? In de bossen? Alles leek nu zo vaag. Hij voelde dat het weer een dag zou worden als de vorige, dat hij zich weer zou opsluiten in zichzelf, op zijn kamer, of in de werkkamer van zijn vader...

Hij moest zich inspannen om te weten of het nu zondag was, of maandag, of... Toen dacht hij eraan dat ze gisteren op school gezwommen hadden. Dus moest het zaterdag zijn. Dus was hij vrij...

Vrij? Om wat te doen? Computeren? Wat kon hij anders doen? Hij had er geen behoefte aan om bij iemand te zijn. Hij wist wel dat sommigen dat 'koppigheid' noemden. Ze zeiden dat hij zich opsloot, dat het moest veranderen, dat het slecht zou aflopen... Hoeveel keer had zijn klassenleraar hem al niet bij zich geroepen om eens 'vertrouwelijk' te praten... De laatste keer had hij hem na de les in de klas nog eens apart genomen. Alweer een preek! had hij gedacht

Maar wat wist die leraar ervan? Was zijn vader ook weggegaan, of verdwenen, of gestorven? Kon hij gedachten lezen? Hij hoefde toch niets te vrezen, zijn rapport was net als vroeger helemaal niet slecht. Zijn vader was altijd erg trots op hem geweest. Dat zou hij n�g geweest zijn, als hij...

Hij hoorde in de badkamer het water in de wasbak stromen, en in de muur hoorde hij de buizen van de centrale verwarming knisperen. Moeder was al op. Ze zou dadelijk wel naar zijn kamer komen en hem net als vroeger opgewekt goedemorgen wensen. Alsof er niets gebeurd was...

Nee, ze kwam niet binnen... Plots dacht hij er weer aan dat het zaterdag was, dat ze rustig konden uitslapen. Hij hoopte maar dat er vandaag niet weer iemand op bezoek zou komen. Het was de laatste weken bijzonder druk geweest. Telkens ais er iemand was, was hij heel stilletjes naar de kamer van zijn vader geglipt, waar hij bleef tot de bezoekers weg waren, Mama liet hem begaan. Vermoedelijk had die 'speciale dokter' haar het een en ander ingefluisterd. Zo van 'Laat hem maar rustig zijn zinnetje doen, hij zal vanzelf wel weer loskomen!'..

Hij wreef de slaap uit zijn ogen, gluurde zijdelings naar het bed van zijn zusje en zag door een streep invallend licht dat ze nog heel vast sliep. Heel stilletjes kroop hij van onder de lakens en sloop naar de deur. Die knarste. Hij liet ze op een kier en hoopte dat Maaike niet wakker geworden was.

Het ontbijt stond klaar, maar zijn moeder was er niet. Had hij de auto horen wegrijden? Moest ze boodschappen doen? Hij ging kijken of ze misschien in de kelder was, de was ophangen of zo. Nee, daar was geen licht. Hij ging terug en trok de deur van de garage open. De auto was weg. Nu zou het kunnen, nu moest hij het erop wagen...

Hij sloop terug de trap op. Een paar treden kraakten. Als in een vertraagde film duwde hij de deur van de slaapkamer van zijn ouders open, Hij nam een stoel; waar een trui op hing, en zette hem voor de kleerkast. Hij greep de leuning vast, zette zijn voet op de zitting en reikte met zijn hand over de bovenrand van de kast. Daar lag de sleutel van de linkerdeur. Eerst voelde hij alleen de stoffige plank. Toen stootte hij met zijn wijsvinger tegen de sleutel...

Toen hij klein was, had hij eens geprobeerd een lege doos van de kleerkast te nemen. Toen had hij ongewild ontdekt dat Sinterklaas zijn speelgoed in de linnenkast van zijn ouders had opgeborgen... Wat was hij toen geschrokken! Hij had nooit aan iemand verteld welke fantastische ontdekking hij gedaan had. Nog ��n keer had hij gedaan alsof hij niet wist wie de Lieve Sint was, maar toen was de pret eraf. Dit was dus de 'geheime kast' van zijn ouders...

Vandaag zocht hij heel bewust naar iets wat zijn moeder weggestopt had. Hij stak de sleutel in het slot en wilde hem omdraaien. Toen hoorde hij plots een auto stoppen, net voor de deur... Als versteend bleef hij staan en luisterde ingespannen. Hij hoorde zijn hart bonzen in zijn voorhoofd... Zou de bel gaan? Het was niet de auto van zijn moeder, dat hoorde hij aan de motor... Onbeweeglijk bleef hij staan en kneep zijn ogen dicht, alsof hij zo alle geluiden nog beter zou kunnen horen.,. Vroem! De motor sloeg weer aan, en hij hoorde de auto wegrijden...

Toen hoorde hij gestommel in zijn kamer. Zijn zusje was zeker wakker geworden door het geronk van die stomme auto! Zou ze opstaan? Opnieuw hield hij zijn adem in en voelde het bloed uit zijn gezicht wegstromen... Hij stond net op het punt om van de stoel te komen, toen hij Maaike naar beneden hoorde gaan. Zij zou zeker ook op zoek gaan naar mama. Of naar hem... Nu was het een kwestie van seconden... Met een ruk draaide hij de sleutel om, en de deur ging haast vanzelf open, alsof er een veer aan zat. Wat hij voorzien had, klopte: op de hoogste plank lagen vijf disketjes. De disketjes van zijn vader... Nu zou hij eindelijk �cht met hem kunnen praten... Toen hij de disketjes in zijn broekzakken gestopt had, aarzelde hij weer even. Wat als zijn moeder in de kast zou kijken en tot de ontdekking komen dat de disketjes verdwenen waren?... Hoe had hij zo stom kunnen zijn! Hij had er toch gewoon vijf uit zijn eigen voorraad in de plaats kunnen leggen! Opeens kreeg hij. het erg warm. Er stonden zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd. Ik moet er meteen vijf andere gaan halen! dacht hij..,

- Jonas! Jonas? Waar ben je? Waar is mama? Verdorie! Hij had al twee maanden geen enkel

woord meer gezegd, maar nu kon hij met moeite een vloek onderdrukken. Hij sloeg de deur dicht en mikte de sleutel weer op de kast. Nu kon hij maar best meteen naar Maaike toe rennen, dan naar de kamer van zijn vader, daar de diskettes neerleggen, er vijf andere grijpen en die zodra hij de kans kreeg in de kast komen deponeren...

Hij ademde drie keer heel diep. Dat had hij van zijn leraar geleerd: als je gaat voordragen, doe je dat best ook even, dan word je kalm, Het lukte hem haast doodgemoedereerd de trap af te lopen,

- H�, Jonas, waar ben je geweest? Kon je niet even roepen dat je boven was? O nee, natuurlijk niet! Broertje spreekt zeker nog altijd niet tegen zijn kleine zusje?

Maaike wist hoe ze hem kon pesten. Ze zag aan zijn ogen dat hij woedend was. Of was het iets anders? Het was alsof hij helemaal niet reageerde op wat ze zei! Hij grinnikte zelfs! Wat had die nou!

- Mama heeft een briefje achtergelaten. Ze is naar de groenteboer en de slager.

Jonas luisterde niet. Hij dacht aan de disketjes. Nu had hij gevonden wat hij al zo lang had gezocht. Als hij nu nog eens even alleen in huis was, zou hij de woorden van zijn vader kunnen lezen... Wat zou die hem te zeggen hebben na al die tijd?

 

 

3

 

Die zaterdag kreeg hij niet meer de kans om wat met de disketjes te doen, want Maaike en zijn moeder waren de hele tijd in huis. Hij kon ook zijn eigen diskettes niet in de kast gaan leggen. Bovendien kwam er weer bezoek, oom en tante uit Brugge. Vooral tante zat de hele tijd te kletsen, je kon er bijna geen woord tussen krijgen. Maar dat kon hem natuurlijk weinig schelen... Tante Belle roddelde er maar op los, en hij was blij dat hij al die mensen niet kende over wie ze het had. Dat moet daar wat zijn, in Brugge! dacht hij. Hij had altijd gedacht dat zulke roddeltantes alleen maar in kleine dorpjes woonden. Gelukkig had hij nog een boek van de bibliotheek, en er waren de hele middag haast ononderbroken tekenfilms op de televisie...

Tijdens de koffie deed hij alsof hij naar buiten ging, maar installeerde zich knusjes in de keuken met zijn boek.

Blijkbaar dacht tante Belle dat nu 'de kust veilig was'.

- En, Andra, hoe zit het nu met Jonas? Zegt hij nog altijd niks? hoorde hij haar fluisteren.

- Nee, geen woord. We zijn al naar de psychiater geweest, maar het heeft allemaal niet geholpen. Het is een kwestie van tijd, zegt hij. Het is een erge slag geweest voor de jongen, en die is hij nog altijd niet te boven gekomen...

Zijn moeder had ook gefluisterd, net alsof ze een groot geheim verklapte.

Tja, zuchtte tante. Dat is natuurlijk te begrijpen. We hebben altijd gezegd dat hij een erg gevoelig kind is, h�, Joris?

Jonas was ervan overtuigd dat zijn oom maar met ��n oor geluisterd had. Hij nipte waarschijnlijk af en toe van zijn cognacje en knikte alleen maar...

- En hij was zo gehecht aan zijn vader, hij keek zo naar hem op! En dan gebeurt er zoiets naars... Nee, kind, je kunt dat niet forceren, dat is een kwestie van tijd, zoals die spy..., die psy..., allez die dokter zegt... Ja, graag, dank je, de koffie is heel lekker!

Jonas kon zijn gedachten niet meer bij zijn boek houden. Wat w��t zij van mij? dacht hij. Van papa? Ze zijn hier ten hoogste tien keer geweest, en papa moest ook niks hebben van dat kreng. Ga toch weg, mens!

Met opzet sloeg hij zijn boek met een harde klap dicht, opdat ze zouden weten dat hij in de keuken was en waarschijnlijk alles gehoord had...

Het bleef een poosje stil in de woonkamer. Moeder bood de gasten nog een stukje taart aan.

Jonas trok de deur met een flinke ruk in het slot. Hij schopte tegen een stukje hout, dat onachtzaam in het gras was achtergelaten. Grote mensen menen altijd alles van je te weten! dacht hij boos. Die praten maar, alsof ze je gedachten kunnen lezen! Papa, die begreep me! O, papa, hoe heb je me dat kunnen aandoen? Een weemoedig gevoel maakte zich van hem meester. De bladeren werden niet meer opgeruimd en hadden zich onder de haag opgehoopt alsof ze wel nooit meer bijeengeharkt zouden worden. Zou hij het doen? Vorige herfst had hij zijn vader er nog mee geholpen...

"Moet ik je helpen, papa?" had hij gevraagd, eigenlijk meer uit verveling dan omdat hij echt wilde helpen. "Fijn!" had zijn vader tevreden geantwoord. "Dan ben ik vlugger klaar. Neem de kruiwagen maar en ga de bladeren op de composthoop kieperen," Jonas had het werkje wat onderschat. Het was vies. Je moest de rotzooi immers met je handen in de kruiwagen werpen, want met een schop lukte het niet.

Toen hij de eerste kruiwagen gevuld had, bleek hij ook het gewicht onderschat te hebben. Blaren, dat weegt toch niks! had hij gedacht. Maar het waren hele hopen geweest, en na de derde vracht had hij een paar keren heel hard gezucht. Zijn vader had het begrepen en zei dat hij de rest zelf wel weg zou brengen. Zo was zijn vader, hij begreep alles, ook al had je haast niets gezegd. Het was net alsof hij echt je gedachten kon lezen, en soms was dat heel vervelend...

Hij bleef nog even staan bij de treurwilg, een schriel ding, dat ze ook nog samen geplant hadden. Maar de boom had het hier blijkbaar niet erg naar zijn zin, want hij wilde bijna niet groeien. Misschien kwam dat door de kat, die telkens weer haar klauwen in het stammetje zette, alsof er in de tuin maar ��n boom stond. Waarom verkoos de kat toch dit boompje boven alle andere? Je kon goed zien hoe haar scherpe klauwen riemen schors afgescheurd hadden. Dat kon toch niet goed zijn voor zo'n klein boompje. Zouden dat allemaal littekens blijven? Ik lijk een beetje op dat boompje! dacht Jonas opeens. H�! schrok hij. Wat gek dat ik zoiets denk! Alleen dichters denken zulke dingen!

- Jonas, waar ben je? Kom je een boterhammetje eten?

Alweer eten! dacht hij. Waarom laten ze me niet met rust? Ik wil mijn papa zien, niet oom of tante!

 

4

 

Oom en tante hadden het lang gemaakt. Veel te lang, vond Jonas. Ook voor zijn moeder, die nu nog de hele vaat voor haar rekening moest nemen. Want de bezoekers dachten er natuurlijk niet aan een handje toe te steken. Zij hadden thuis een vaatwasmachine en namen gemakshalve maar aan dat Andra er ook wel een zou hebben.

Jonas was vroeg naar bed gegaan, maar Maaike profiteerde van de gelegenheid om eens lang op te blijven. Jonas had er nog even over gedacht zijn diskettes naar boven te smokkelen, maar had dat toch te riskant gevonden. Ach, waarschijnlijk zou zijn moeder die deur van de kleerkast toch niet opendoen, want naast de disketjes had hij er alleen maar een koffer en wat zomerkleren gezien, maar helemaal gerust was hij toch niet. Bovendien vroeg hij zich af waarom zijn moeder die disketjes daar verstopt had...

Toen hij op een keer thuiskwam van school, waren alle spullen van zijn vader verdwenen. Al zijn boeken en papieren. In zijn werkkamer waren alle rekken leeg. Hij had in alle laden van het bureau gezocht, maar niets gevonden, zelfs geen kladpapiertje. Alleen de computer stond er nog... Toen zijn vader er nog was, was het altijd gezellig rommelig geweest in zijn werkkamer. Hij moest immers veel schrijven, voor de krant, en had een heleboel dozen en mappen vol knipsels, foto's en aantekeningen. Jonas ging vaak naar de werkkamer, zogezegd om papier te halen om op te tekenen. Dan kon zijn vader wel eens boos reageren. "Heb je alweer papier nodig?" vroeg hij dan. "Wat doe je daar toch mee?" Maar Jonas wist dat hij alleen maar kittelorig was, omdat hij gestoord werd, niet om het papier... Van dat alles bleef nu niets meer over. Alles was verdwenen als sneeuw voor de zon. De dozen, de mappen, de steekkaarten, de nietmachine, de perforator, de enveloppen, het kladpapier, alles. Zouden de meubels ook nog weggehaald worden?... Maar waarom had zijn vader die disketjes dan ook niet meegenomen?...

Daar zou hij misschien achter komen als hij ze ��n voor ��n in de computer kon stoppen en zien wat erop stond. Maar misschien had zijn vader alles gewoon uitgewist... Hoe meer hij eraan dacht, hoe nieuwsgieriger hij werd. Hij kon maar niet in slaap komen, want telkens opnieuw spookte die nare gedachte door zijn hoofd. Als zijn vader nu eens helemaal niets op de disketjes achtergelaten had, wat dan? Zou hij hem nog ooit terugzien? Moeder zei van wei. Zijn vader had het recht om zijn kinderen regelmatig te zien, zei ze. Tijdens de weekends, bijvoorbeeld. Maar tot nu toe was hij nog geen enkele keer gekomen. Al twee maanden keek hij niet meer naar hen om. Was hij hen dan helemaal vergeten?

Mama zegt niks meer over hem, dacht Jonas. Het is alsof hij niet meer bestaat. Ze wil er niks meer over horen. Als Maaike vraagt waar papa is, zegt ze steevast: "Hij is weer op reis, voor de krant." Niet te geloven, dat Maaike zoveel geduld heeft en alles gelooft wat mama zegt! En ik moet zwijgen, want anders zou ik haar van alles moeten voorliegen...

Hij moest voor de zoveelste keer gaan plassen. Daar lachte zijn vader altijd om. "Jij moet minder drinken, want je blaasje is te klein!" schertste hij dan.

Alsmaar meer herinneringen drongen zich aan hem op. Het was alsof hij alleen maar een verleden had, geen heden, en zeker geen toekomst... Had hij niet bijna alles van zijn vader geleerd? Op school leerde hij natuurlijk ook een heleboel, maar de interessantste zaken had hij toch van zijn vader opgestoken... Zijn vader had hem de computer leren bedienen. In het begin had hij uren en uren voor de computer gezeten. Hij kwam niet eens meer bij hen zitten, in de huiskamer. Altijd zat hij voor dat schermpje allerhande dingen te doen waar Jonas niets van snapte. En al probeerde zijn vader hem uit te leggen wat hij deed, in het begin begreep hij er niets van. "Als ik er goed mee overweg kan, mag jij het ook leren", had zijn vader gezegd. Maar hij moest oneindig veel geduld hebben, want telkens als hij vroeg of hij eens mocht proberen, zei zijn vader dat het nog niet kon, dat hij zelf nog niet alles onder de knie had. Jonas keek graag naar het schermpje, waar zich de wonderlijkste dingen afspeelden. Af en toe legde zijn vader hem wel uit wat hij aan het doen was, maar dan gebeurde er opeens weer zoveel dat hij niet meer kon volgen. Hij bladerde ook vaak in de dikke gebruiksaanwijzing, maar dat gaf hij vlug op, want daar stonden zoveel onbegrijpelijke dingen in dat hij er hoofdpijn van kreeg.,.

De trap kraakte. Zijn moeder ging ook slapen. De badkamerdeur maakte een zacht schurend geluid, maar Maaike werd niet wakker. Ze was heel stilletjes naar boven gekomen, omdat ze dacht dat hij al wel vast zou slapen. Hij had zijn ogen dichtgeknepen en zich afgevraagd of ze hem een nachtzoen zou geven, zoals ze elke avond deed. Maar ze was als een schaduw langs zijn bed gegleden om hem niet wakker te maken. Hij hoorde de knip van de schakelaar in de gang. Nu was het huis helemaal in het donker gehuld... Waar zou mama aan denken? dacht hij. Aan vroeger? Aan de toekomst? En waarvan zou Maaike dromen?...

 

 

5

 

De Jaguar scheurt de bocht in, trekt op en knalt in helse vaart tegen een huis aan... Vuur spat uit de motor, steekvlammen schieten in het rond... Jonas kan zich nog net uit het wrak naar buiten wringen... In de verte loeien sirenes... Brandweerwagens tetteren, brandspuiten spuwen water... In enkele minuten is het vuur geblust, maar de sirenes blijven loeien... "Wakker worden!" hoort hij iemand heel ver weg roepen... Een politieagent knijpt in zijn arm... Niet doen! denkt hij. Ik leef nog! Ik ben niet dood!...

- Jonas, word nou toch eindelijk eens wakker! 't Is twaalf uur! We dachten al dat je dood was!

Heel langzaam drong het tot hem door dat hij gedroomd had. Wat een nare droom! Nu was hij klaarwakker, maar het was net alsof zijn droom nog niet voorbij was, want hij hoorde nog altijd het geloei van sirenes...

- De eerste zondag van de maand, zei zijn moeder, die zag hoe verbaasd hij keek. De maandelijkse brandweeroefening! Dat weet je toch!

Zij wist natuurlijk niet dat hij zo akelig gedroomd had. Dat hij z�lf in dat wrak geklemd had gezeten, dat hij er amper in geslaagd was het portier open te wrikken... Hij zag zich weer die bocht missen... Hij had de bocht prima genomen, maar toen dook opeens dat huis voor hem op... Hij kon het stuur niet meer omgooien... Een geweldige knal, een steekvlam... Gelukkig had hij nog net zijn gordel kunnen losmaken,.. Nu lag hij hier doodleuk in zijn bed, alsof er niets gebeurd was. Zijn hele bed was overhoop gehaald, maar het was ook zo'n spannende race geweest... Jammer dat het zo afgelopen was, anders had hij nu nog aan het stuur van de Jaguar gezeten...

- Jonas! Wat heb je? Je hebt het zo warm! Heb je koorts? Je bent gisteren ook zo lang buiten geweest, en daar was je helemaal niet op gekleed! Hoe vaak moet ik je dat nog zeggen?!

- Is Jonas ziek? vroeg Maaike aarzelend en keek heel bezorgd naar haar grote broer.

- Ik zal de koortsthermometer maar eens gaan halen, zei zijn moeder.

Een paar ogenblikken later was ze al terug en stopte de thermometer onder zijn oksel.

Ik b�n niet ziek! dacht Jonas. Ik heb alleen maar akelig gedroomd! Maar dat kunnen zij natuurlijk niet weten... Hij wilde het hen zeggen, maar iets weerhield hem. Het was alsof hij een inwendige stem hoorde fluisteren. "Niet doen, Jonas! Niks zeggen! Je hebt je voorgenomen niet meer te spreken! Je moet hen straffen! Het is hun schuld dat je vader weg is! Als zij er niet geweest waren, was je,vader er nog! Maar ze hebben het hem moeilijk gemaakt! Hij kon het niet meer aan! Nu hebben ze makkelijk praten..." Opeens voelde hij zich in een diepe put zinken. Voor zijn ogen zag hij plots grote, in elkaar grijpende ringen, cirkels die in elkaar verdwenen, steeds opnieuw, en daarna witte stippen, die alsmaar groter werden, en toen verdwenen die stippen op hun beurt in groene, gele en rode vierkanten... Hij voelde zich benauwd, hij wilde het allemaal niet meer zien, maar telkens opnieuw leek het alsof hij in zichzelf viel, in een lichaam dat niet van hem was... Hij zweefde op touwen, als een koorddanser balanceerde hij op allerlei meetkundige figuren... Hij wilde zijn ogen openen, maar ze waren al open, en nu verschenen op zijn netvlies weer allerlei dieren die hij helemaal niet kon thuisbrengen... Eerst hele kleine insekten, die hun pootjes op zijn voorhoofd zetten alsof ze zijn hersenen wilden binnendringen, en toen grotere dieren, als de voorhistorische monsters die hij zich herinnerde uit de lessen geschiedenis, en die verpletterden de insekten, en het werd helemaal rood om hem heen... Hij huiverde, rillingen kropen over zijn armen, en hij wilde de dieren wegslaan, verjagen, maar hij kon niet... Hij wrong zijn lichaam in allerlei bochten, en toen bleef hij opeens helemaal stijf liggen en voelde hoe zijn spieren zich krampachtig samentrokken...

Toen werd alles opeens heel erg wit... Zijn adem stokte, en heel even voelde hij helemaal niets meer... Toen schoot een korte, hevige, prikkende pijn door zijn lichaam... Overal voelde hij hevige steken... Langzaam, heel langzaam kwam hij weer bij...

- Dat was net op tijd! Het is uitzonderlijk, weet u, dat een jongen van die leeftijd nog zulke stuipen krijgt.

- Dank u, dokter...

Stuipen? dacht Jonas. Ik ben dus t�ch ziek! De kleuren waren nu helemaal verdwenen, en hij ademde een paar keren diep in en uit...

 

6

 

Jonas had een flinke keelontsteking. Die zou hem enkele dagen in bed houden, had de dokter gezegd.

Maaike deed overbezorgd, alsof hij een van haar lievelingspoppen was. Zodra ze van school thuiskwam, liep ze naar hun kamer, gaf hem van op een afstand een zoen en vroeg hoe het met hem was. En ook al knikte hij alleen maar, ze voelde aan dat het hem wel plezier deed dat ze zoveel belangstelling toonde voor haar grote broer.

Toen de dokter weg was, had ze haar moeder vragend aangekeken.

- Mama, waarom heb je zo'n pil in zijn... kom, je weet wel... geduwd? had ze gevraagd.

Haar moeder glimlachte. Jonas had geweldig gezweet, en ze had wel gezien hoe Maaike met grote ogen had staan kijken toen ze hem op zijn buik gedraaid had, zijn pyjamabroek naar beneden getrokken en hem een langwerpige pil tussen zijn billen geduwd.

- Jonas krijgt vlug koorts, zei ze. Hij heeft vroeger ook al eens zulke stuipen gekregen, toen hij zo'n jaar of vijf was. Dat kan gebeuren, als je plots hoge koorts krijgt. En als de dokter er dan niet heel gauw bij is, kan dat heel nare gevolgen hebben...

- Kun je daar dood van gaan? vroeg Maaike.

- Het kan inderdaad erg gevaarlijk zijn, moest haar moeder toegeven. Maar gelukkig woonde de dokter vlak bij het huis waar we toen woonden, en kon hij meteen komen. Ik zie je broertje nog liggen, op de keukentafel. Hij bewoog niet meer. We hebben toen koude kompressen gelegd, en dat had volgens de dokter ook geholpen.

- Waarom heb je dat dan nu ook niet gedaan?

- Nu heb ik altijd zetpillen bij de hand. Die werken veel vlugger. De koorts daalt vrijwel meteen.

- Kan hij dat nog krijgen?

- Ik dacht dat het nu al niet meer kon, dat hij al te oud was om nog stuipen te krijgen, maar ik vrees dat hij een uitzondering is...

- Ik ben blij dat je hem gered hebt! zei Maaike ernstig en gaf haar moeder een zoen.

- Nou, gered... De dokter heeft hem een spuitje gegeven, en nu hoeven we niet meer bang te zijn. Hij heeft nu ook pillen om de koorts te bedwingen...

- Koorts, wat is dat eigenlijk?

Haar moeder dacht even na en probeerde het haar toen zo goed mogelijk uit te leggen. Dat je door koorts ook nare dromen kunt hebben, leek Maaike nog het ergste.

Maar ik ben toch altijd bij hem als het donker is, nietwaar, mama? stelde ze haar moeder gerust.

- Ja, natuurlijk. Maar ik denk dat je toch maar beter in mijn kamer komt slapen, hoor, want zo'n keelontsteking is behoorlijk besmettelijk. We zullen de deur van zijn kamer op een kier zetten en de babyfoon inschakelen...

Als een volleerde verpleegster hielp Maaike haar moeder om drankjes klaar te maken. Jonas moest immers heel veel drinken. Bovendien had moeder oma gebeld om overdag bij Jonas te blijven, want zij moest elke morgen gaan werken. Jonas schoof uit zijn bed, gooide de deken om zijn schouders en sloop naar de kamer van zijn moeder. Er stond een ladder tegen de muur, en daar begon hij op te klimmen. Hij greep telkens een sport hoger, minutenlang, alsof er geen einde aan de ladder scheen te komen. Opeens voelde hij de deken van zijn schouders glijden. Hij wilde ze vastgrijpen en liet de sporten los. Hij wankelde, zijn armen cirkelden even alsof hij kon vliegen, en toen raasde hij in een hels tempo naar beneden... Als in een zwart gat tolde hij naar een oneindige diepte toe... Hij wilde het uitschreeuwen, maar voelde plots een hand op zijn mond en stikte haast... Er schoot een helse pijn door zijn hersenen, en zweetdruppels dropen van zijn voorhoofd...

Het duurde een eeuwigheid voor hij geschrokken zijn ogen opentrok. Zijn keel voelde droog aan. Hij besefte dat hij weer een koortsaanval had gehad en drukte op de knop van de babyfoon...
Maaike hoorde het gezoem en stormde naar boven.
Het was een hele opluchting voor Jonas toen zijn zusje de kamer binnenkwam. Hij wist niet of het dag of nacht was, maar eigenlijk kon het hem ook niet schelen. 'Hij voelde zich uitgeput, lusteloos.
Drie dagen sliep hij, bijna aan ��n stuk door. Hij at bijna niets, kreeg het eten gewoon niet door zijn keel.
Zijn moeder dacht dat zijn keelontsteking ook een gevolg was van de spanningen van de voorbije maanden. Doordat hij helemaal verzwakt was, had het virus een makkelijke prooi aan hem gehad, dacht ze.


7


Heel langzaam schoof Jonas de lade van het bureau open. Daar lagen de vijf disketjes die hij uit de slaapkamerkast gehaald had, en daarnaast nog zeven. SECRET stond in het rood op de eerste vijf.

Hij glimlachte. Nu zou hij eindelijk de geheimen van zijn vader kunnen achterhalen. Er was niemand thuis, en hij had uren de tijd om de vijf disketjes rustig door te nemen. Oma sliep en zou nog lang niet wakker worden, want hij had een slaappilletje uit het doosje in de keukenkast in haar koffie gedaan. Ze lag op de divan met haar mond lichtjes open en stootte af en toe korte klankjes uit, alsof ze in haar droom gilletjes slaakte. Haar bril was van haar neus gezakt, zodat het leek alsof ze boven de glazen uitkeek. Maar haar ogen waren dicht. Niemand zou hem storen tijdens zijn geheime zoektocht naar zijn vader...

Hij nam het eerste disketje en bekeek de twee kantjes.
SECRET. Niet te gebruiken door onbevoegden! las hij en lachte hardop.
Onbevoegden? Ik b�n toch bevoegd, want ik ken alle knepen van de computer! dacht hij.

Plots voelde hij een steek in zijn keel. Verdorie, schrok hij, laat me nu niet opnieuw ziek worden, dan kan ik deze geheimen w��r niet ontraadselen!
Hij schakelde de monitor in, en het scherm lichtte groen op. Intens groen, zo hevig, dat hij zijn ogen even onwillekeurig dichtkneep. Het was ook helemaal duister in de kamer, want hij had de gordijnen dichtgetrokken, en nergens viel ook maar een streepje licht naar binnen. Hij nam het disketje tussen duim en wijsvinger, en duwde het in de gleuf. Zijn hand beefde. Een zacht gezoem, wat geknars, strepen op de groene achtergrond... Hij voelde zweetdruppels op zijn voorhoofd. Wat zou de eerste boodschap zijn?

Het leek een eeuwigheid te duren voor het programma opgeladen was. Buiten raasde de wind, en hij hoorde de straatlantaarn klikkende geluiden maken. Sliep oma nog altijd? Hij durfde niet meer te gaan kijken. Zijn hart bonsde in zijn hoofd...
Opeens klonk de bekende pieptoon, en op het scherm verscheen in enorme letters, die hij nog nooit gezien had: BENT U BEVOEGD OM DEZE DISKETTE TE LEZEN? JA+NEEN. Wat een vreemde vraag, dacht hij. Als ik nu NEEN tik, wat gebeurt er dan? Ik kan het eens proberen, dan kan ik toch altijd nog opnieuw beginnen en JA tikken... Hij aarzelde even, tikte toen toch NEEN en drukte op de 'Return'-toets... De computer reageerde onmiddellijk: U STELT ME OP DE PROEF! U BENT WEL BEVOEGD! DEZE DISKETTE KOMT ALLEEN IN HANDEN VAN BEVOEGDEN! WENST U DOOR TE GAAN? JA + NEEN.

Jonas tikte JA, en meteen werd het hele scherm gevuld met ��n woord: JONAS. Op de achtergrond speelde een muziekje, dat hij niet kon thuisbrengen, ook al kwam het hem heel bekend voor. De naam verdween, en op het scherm ontvouwde zich nu heel geleidelijk, in sierlijke letters en in alle kleuren van de regenboog: JONAS, JE SPREEKT MET DADDY! Opnieuw hoorde hij het muziekje, nu iets korter dan de eerste keer...
Daddy spreekt met mij! dacht hij opgetogen en klapte in zijn handen als een klein kind.

Als betoverd staarde hij naar het scherm. Hij had niet eens geweten dat je met kleuren kon werken op de computer. Dat had zijn vader hem nooit geleerd...
Nu wemelden allerlei wonderlijke tekens voor zijn ogen. Nu eens lichtten ze groot op, dan weer werden ze piepklein. Hij werd er draaierig van. Daddy, houd alsjeblieft op met die spelletjes! Zijn ogen deden pijn, want hij probeerde de door elkaar schietende driehoeken, rechthoeken, parallellogrammen, cirkels en sterren te volgen... Toen zag hij plots op een van de gekleurde lijnen een piepklein puntje verschijnen. Het werd groter en groter, veranderde onvoorstelbaar snel van kleur en verdween opeens weer. Hij zocht het tussen de aan- en uit-floepende lijnen op het scherm, maar kon het nergens meer bespeuren...

Toen verdween in een flits alles, en het scherm lichtte helrood op. Ook dat felle rood deed hem weer pijn aan de ogen. Vanuit de linkerhoek bewoog nu weer een klein stipje, dat heel geleidelijk vergrootte, alsof het heel langzaam naderbij kwam. Ongeveer in het midden van het scherm kreeg het de vormen van een figuurtje, met als hoofdje, benen en armpjes kleine, bewegende streepjes. Terwijl het telkens van kleur veranderde � blauw, geel, groen, opnieuw blauw � kwam het mannetje (of vrouwtje) steeds dichterbij...
Geschrokken bewoog Jonas zijn hoofd naar achteren, alsof hij bang was om het van zo dichtbij te bekijken. Zijn handen beefden...

Toen vulde het scherm zich helemaal met een gezicht. Net een kleurenfoto. Hij herkende... president Bush! Hoe had zijn vader dat gedaan? Dat had hij hem ook nooit geleerd! Maar voor hij van zijn verbazing bekomen was, veranderde het gezicht langzaam in een ander. Nee maar, dat was... zijn leraar Frans! Het gezicht bewoog zelfs: eerst glimlachte het, en toen zakten de mondhoeken naar beneden! Wie zou de volgende zijn?... En ja, hoor, ook dat gezicht begon weer te veranderen! H��l langzaam, alsof een schilder over de eerste laag verf een andere aanbracht, met hele kleine penseeltjes...
Opeens dreunde een geweldige trommelslag in zijn oren, en op hetzelfde ogenblik verscheen het gezicht van zijn vader...
Papa! riep hij opgetogen uit...


8


Alles draaide nu voor zijn ogen, en hij voelde zich onpasselijk worden. Zijn lippen trilden, en hij ademde heel vlug, met korte stoten, alsof hij net de honderd meter had gelopen... Een scherpe pijn schoot door zijn nek, door zijn hele lichaam eigenlijk, maar hij wilde ze niet voelen... Eindelijk was het moment aangebroken waarop hij zo lang gewacht had! Hoe zou papa met hem in contact komen? Wat moest hij doen om hem vragen te stellen? Zou Daddy antwoorden? Of had zijn vader dat spelletje alleen maar bedacht om hem een plezier te doen? Maar waarom stond er dan SECRET op het disketje? En waarom had zijn moeder ze weggestopt?...

Hij was nu helemaal in de war, kon zich niet meer concentreren. Het was alsof zijn geest in een vreemd lichaam zat, dat hij niet kende. Hij kreeg het plots heel benauwd. Zou hij de gordijnen opentrekken? Dan kon hij een stukje van de vertrouwde wereld zien... Hij wilde naar het raam lopen, maar kon zijn voeten niet bewegen. Het was alsof ze aan de grond vastgelijmd waren... Hoorde hij daar oma niet roepen in de verte? "Jonas! Jonas!"...
VOEL JE JE NIET GOED? verscheen onderaan links op het scherm, maar voor hij een antwoord kon intikken, floepte de tekst alweer weg...
Papa's gezicht was maar enkele seconden gebleven, en nu was het scherm weer helemaal rood. Letters floepten aan en uit. Hij probeerde ze te volgen, maar dat lukte niet. Ze verschenen maar heel even en verdwenen meteen weer uit zijn geheugen...

Toen hoorde hij een stem vanuit de monitor. Heel zacht, maar toch heel duidelijk: "Jonas, heb je me niet begrepen?" De pieptoon klonk weer, en op het scherm verscheen, nu wit op blauw: JONAS, KOM JE MEE? JA + NEEN.
Meekomen? dacht hij totaal verward. Hoezo meekomen? Waarnaar toe?
"Jonas! Jonas!" hoorde hij heel verweer iemand roepen... Was oma wakker geworden? Hij wilde roepen dat hij eraan kwam, maar zijn stem stokte. Hij probeerde de brok in zijn keel op te hoesten, maar ook dat lukte niet...
Hij dwong zich weer naar het scherm te kijken, maar zag nu niets meer: geen groen, geen rood, geen blauw, geen witte letters... En hij hoorde ook geen enkel geluid meer... Hij drukte op de 'Enter'-toets... Geen reactie... Wanhopig probeerde hij alle mogelijke toetsen, maar hoorde alleen maar af en toe de pieptoon...
Hij voelde zich slaperig worden. De wind bleef maar loeien, en hij voelde zich helemaal niet gerust. Zag hij de gordijnen niet bewegen? Hoorde hij geen deur opengaan?...

Ik moet een ander disketje proberen! dacht hij. Dit was gewoon een spelletje van papa. Hij haalde altijd van die grapjes uit...
Toen lichtte opeens het scherm weer op, alsof de computer zijn gedachten geraden had: ALS JE MEE WILT GAAN, NEEM DAN DISKETTE NUMMER TWEE.
Vliegensvlug trok hij de linker lade van het bureau open. Waar waren de diskettes nu gebleven?! Hij had de eerste daar toch uitgehaald?! Of had hij zich vergist? Voorzichtig trok hij ��n na ��n de andere laden open. Nergens een spoor van de diskettes... Allemaal lege, donkere laden... Misschien had hij ze op de boekenplank gelegd? Hij probeerde weer op te staan, maar bleef als versteend zitten... Zijn benen wogen als lood... Ontsteld keek hij de hele kamer rond. Overal hoge, lege rekken... Opnieuw schoot die stekende pijn door zijn nek, alsof hij zijn hoofd ontelbare keren had gedraaid... De muren rondom hem begonnen vervaarlijk te draaien... Hij voelde zich misselijk worden, alsof hij moest overgeven... Ik moet hier weg! dacht hij...
Toen viel zijn blik weer op het scherm. Hij wilde IK BEN JONAS intikken, een boodschap sturen naar zijn vader, maar hij vond de letters niet meer, het waren allemaal vreemde tekens, als van een geheimtaal...
Opeens verschenen op het scherm weer allerlei wervelende lijnen. Ze bewogen op en neer, verdwenen in alle richtingen, en af en toe kwam er een woord te voorschijn, maar dat kon hij niet lezen...
Hij schrok niet eens, toen hij in zijn nek een warme aanraking voelde. Het voelde aangenaam aan. Het scherm was nu helemaal zwart geworden, en in de weerspiegeling, als in troebel water, zag hij weer het gezicht van zijn vader. Ook zijn eigen gezicht keek naar hem, alsof hij iemand anders was, alsof hij in het scherm naar zichzelf en zijn vader zat te kijken...
Dat vond hij allemaal heel gewoon. Papa was gewoon weer bij hem, alle pijn was verdwenen, en hij voelde zich behaaglijk warm. Toen hij om zich heen keek, zag hij kasten vol boeken, en de gordijnen waren open. De zon scheen, en de stralen vielen pal op het toetsenbord...
Opeens sprong een klein mannetje van de ene toets naar de andere, en toen het op 'Exit' belandde, werd alles zwart om hem heen...


9


- Opstaan, we gaan je bed verschonen, hoorde hij zijn moeder aan zijn oor fluisteren.
Hij voelde zich nu heel rustig. Alsof hij �cht met zijn vader gesproken had, alsof hij �cht bij hem geweest was... Hij wilde zeggen dat hij van zijn papa gedroomd had, maar een onzichtbare hand kneep zijn mond dicht...

Heel vaag kwamen allerlei beelden uit zijn droom hem weer voor de geest. Kleuren... Maar dat k�n toch niet, ze hadden toch geen kleurenscherm! Muziekjes... Ook dat kon niet, de computer kon alleen maar zoemen en die helle pieptoon geven... Zijn vader had de computer bijna uitsluitend als tekstverwerker gebruikt. Hij had wel een paar andere programma's gemaakt, en ook een paar spelletjes voor hem, maar zo mooi als in zijn droom was het toch nooit geweest...

Opstaan? Aan de ene kant vond hij het fijn dat hij straks de geur van verse lakens zou kunnen opsnuiven, maar aan de andere kant had hij het nu zo lekker warm... Maar zijn moeder pakte zijn hand vast en trok hem zacht omhoog. Toen hij op de rand van het bed zat, duizelde hij.

Oma was er ook. Ze trok de dekens en de lakens van het bed en keek ondertussen voortdurend naar hem, alsof ze hem iets wilde vragen. Ze begreep natuurlijk dat hij weer gedroomd had, maar liet hem in het holst van de nacht liever met rust.

Hij zat in de fauteuil naast de kleerkast en rilde van de kou. Hij vroeg zich af hoe lang zijn ziekte nog zou duren. In ieder geval wilde hij zo vlug mogelijk weer diep inslapen om verder te dromen, maar hij twijfelde eraan of je de draad van een droom zomaar opnieuw kon opnemen. Probeerde zijn vader hem via zijn dromen te bereiken? Hij had wel eens gelezen dat er zulke eigenaardige verschijnselen bestonden, dat je bijvoorbeeld via dromen in contact kon komen met overleden familieleden, maar daar had hij niet veel geloof aan gehecht. Nu hij zelf ondervonden had hoe levensecht dromen konden zijn, begon hij echter te twijfelen. Maar misschien was het niet eens een droom geweest, had hij het in het duister van de nacht allemaal verzonnen... Nee, hij had het echt gedroomd... Maar kon je dromen in kleuren? Hij had in elk geval een heleboel mooie kleuren gezien...

Even later lag hij weer behaaglijk warm in zijn bed en voelde zich helemaal niet meer ziek. Zijn moeder deed echter nog erg bezorgd, en oma fluisterde alsof ze op een sterfkamer was... Maar dat deed ze natuurlijk alleen maar om Maaike niet wakker te maken... Hij kreeg nog wat sinaasappelsap en voelde bij elk slokje een stekende pijn in zijn keel. Maar het was toch al beter, de pijn bleef niet aanhouden... Toen zijn moeder en oma als dieven in de nacht de kamer verlieten, was hij blij dat hij weer alleen was...

Ontgoocheld werd hij rond zeven uur wakker door de badkamergeluiden. Hij had niet meer gedroomd, herinnerde zich in elk geval niets meer... Bijna drie dagen al had hij eigenlijk alleen maar geslapen. Hij voelde zich tamelijk fit en had flink honger. Dus mocht hij nu al eens naar beneden, wat op de divan liggen, had de dokter gezegd.

Eigenlijk was hij liever meteen voor de computer gaan zitten, maar dat zouden ze zeker nog niet toestaan. Nee, hij moest geduld hebben, nu oma er altijd was om op hem te passen als zijn moeder uit werken was... En hij kon haar natuurlijk niet �cht een slaapmiddel toedienen, zoals in zijn droom! Hij glimlachte toen hij daaraan dacht. Hoe kon je nou zoiets geks dromen?!

Oma vertelde vaak. Hij hoorde haar graag over haar jeugd praten en probeerde zich dan voor te stellen hoe hij in die tijd geleefd zou hebben. Maar ze stelde hem ook altijd allerlei vragen. Blijkbaar trok ze zich er niets van aan, dat die 'speciale dokter' gezegd had dat ze niets mochten forceren. Dat werkte soms echt op zijn zenuwen. Dan knikte hij maar en deed zijn ogen dicht. Ze dacht dan dat hij doodmoe was en zei maar niets meer... Oma vertelde ellenlange verhalen, uit een andere tijd en een heel andere wereld. Maar ze was dan ook al in de zeventig, en ze ging meer en meer in het verleden leven, alsof de moderne tijd met zijn technologie en zijn computers aan haar voorbijging. Ze begreep ook niet hoe hij, een jongen van amper twaalf, al met die vreemde tuigen overweg kon. Dat vond ze ook niet goed, kinderen moesten buiten spelen, zei ze. Maar waar kon hij spelen? Zeker niet op straat, met al dat drukke verkeer... Hij kon zich wel inbeelden dat het, toen zij jong was ook best plezierig geweest was, maar had toch nooit zijn computer nog willen missen... Was hij maar weer helemaal genezen! Dan zou oma weggaan en kon hij af en toe alleen thuis zijn...

Hij had al eens geprobeerd een stripverhaal te lezen, maar na een half uurtje begonnen zijn ogen erg pijn te doen. Nu lukte het echter al beter, zelfs met een boek van de bibliotheek...

Misschien zou hij maandag wel weer naar school mogen. Dan zou oma zondag afgehaald worden en was hij maandag na vier uur alleen thuis, want zijn moeder en Maaike kwamen pas rond kwart over vijf. Dan zou het gebeuren! Hij zou eerst zijn diskettes naar de kleerkast brengen, en daarna eindelijk de boodschap van zijn vader kunnen lezen...

 

10

 

De schooluren sleepten zich voort, die maandag. Jonas verlangde zo naar het einde van de lessen, dat hij er zich voortdurend op betrapte dat hij zat te dromen. Dat had hij vroeger nooit gehad. Nu hij niet meer wilde praten, stelden de leraars hem echter ook geen vragen meer. Af en toe wilde hij opspringen als iemand een dom antwoord gaf, maar slaagde er toch telkens in zich te bedwingen...

Zijn gedachten gingen een paar jaar terug. Toen was zijn vader eens ziek geweest, zodat hij zich wat meer met Jonas kon bezighouden, want anders moest hij altijd van de ene persconferentie naar de andere hollen. Hij was toen geregeld met zijn schriften en boeken op de rand van het bed gaan zitten, en samen hadden ze dan de leerstof doorgenomen. Zijn vader had het wel plezierig gevonden eens te zien wat Jonas allemaal in zijn hersenen moest prenten.

"Maar g��n moderne wiskunde!' had hij gelachen. "Ik heb in mijn tijd van de leraar eens een bordenwisser naar mijn hoofd geslingerd gekregen! En toen was het nog maar gewone wiskunde!"

Hij had toen verteld dat hij die leraar niet kon uitstaan en elk jaar maar net met de hakken over de sloot was mogen overgaan. Met vragen over wiskunde moest Jonas maar naar zijn leraar gaan, dat zou ook wel zo'n betweter zijn!

Jonas had echter wel begrepen dat zijn vader een tikkeltje jaloers was, omdat hij met geen enkel vak moeite had, ook niet met wiskunde...

De laatste les bleef maar haperen aan de wijzers van de klok, die hij zowat om de vijf minuten stiekem bekeek...

Op een dag had zijn moeder hem bij zich geroepen. Maaike was met haar vriendinnetje aan het spelen, en hij zat een boek te lezen...

Hij had nooit veel vragen gesteld, maar had al een paar weken aangevoeld dat de stemming in huis erg veranderd was. Hij wist wel dat zijn vader vaak weg was, dat er 's avonds veel persconferenties en vergaderingen waren, dat hij dikwijls moest overwerken en soms ook tijdens de weekends dienst had, maar dan was hij toch ook soms een hele week of nog langer vrij. Dat waren heerlijke tijden. Ze deden dan van alles en nog wat: samen koken als moeder uit werken was, samen in de tuin werken, samen naar de televisie kijken, samen computeren... Maar nu waren ze bijna altijd met hun drietjes thuis, en dat was niet leuk meer. Zijn moeder was meestal nogal nors en kon niets meer verdragen. Ze zei dan dat ze erg moe was, maar hij merkte aan haar bezorgde blik wel dat er iets schortte. Hij had het haar wel willen vragen, maar vreesde dat hij haar pijn zou doen, of dat ze hem toch de waarheid niet zou willen vertellen. Hij vond het vreemd dat ze boos was, omdat zijn vader zo hard werkte en zo vaak niet thuis was. Zo verdiende hij

toch meer, en daardoor konden ze toch allerlei leuke dingen kopen of doen? Hij vond dat ze te veel aan zichzelf dacht, dat ze zijn vader dankbaar moest zijn, omdat hij zoveel voor hen deed... "Papa en Jonas, vier handen op ��n buik!" lachte zijn vader weleens. Niet dat papa Maaike minder graag zag dan hem, helemaal niet, maar zij deden meer dingen echt samen. Net zoals zijn moeder en Maaike waarschijnlijk meer samen waren...

- Moet jij je schoolagenda niet invullen? hoorde Jonas in de verte...

Hij dook in zijn boekentas en greep zijn agenda. De titel op het bord zei hem niet veel. Hadden ze het daar vandaag over gehad? Niet belangrijk, dacht hij. Nog enkele minuten, en ik kan veel boeiender dingen lezen...

Hij dacht niet meer aan die dag toen zijn moeder hem bij zich geroepen had. Nu wilde hij alleen nog maar aan zijn computer denken...

 

 

11

 

Thuis zwierde hij zijn boekentas onder de trap en repte zich naar de kamer van zijn vader. Nog voor hij ging zitten, schakelde hij de computer al in. De disketjes stonden nog precies waar hij ze gezet had. Nu pas merkte hij dat er op elk van de etiketjes wat geschreven stond: op het eerste 'Peter -Krant', op het tweede 'Peter � Correspondentie', op het derde 'Peter � Priv�', op het vierde 'Peter � Proza' en op het vijfde alleen de naam van zijn vader. Nu begreep hij ook waarom zijn moeder ze weggestopt had, namelijk opdat hij ze niet zou vinden. Maar hij had geweten dat ze er waren...

Opeens besefte hij dat hij de vijf disketjes onmogelijk binnen het uur zou kunnen lezen... Hij moest ze langer kunnen houden... Maar hoe... Natuurlijk! Hoe had hij daar niet eerder aan gedacht! Hij kon ze nu toch gewoon kopi�ren, ze dan terug naar de slaapkamer brengen, en als hij dan nog eens alleen thuis was, misschien morgen al...

Toen hij alles gekopieerd en de disketjes van zijn vader weer veilig in de kleerkast opgeborgen had, was het al bijna vijf uur. Maar nu was hij gerust, nu mocht zijn moeder in de kast gaan kijken...

Terwijl hij zijn huiswerk aan het maken was, vroeg hij zich af wat 'Proza' op dat ene disketje kon betekenen. Proza was toch zoiets als een roman, een doorlopende tekst. Dat had hij in de Nederlandse lessen geleerd... Had zijn vader misschien ook geschreven? Ja, natuurlijk had hij geschreven, hij was toch journalist, maar verhalen... Nu was hij meer dan ooit benieuwd en kon weer zijn gedachten niet concentreren. Dat stomme huiswerk...

Zou hij het toch maar wagen en die diskette gaan bekijken? Hij kon toch gewoon zeggen dat hij wat ging computeren, terwijl Maaike naar de televisie keek en mama het eten klaarmaakte...

- H�, ik dacht al dat je vergeten was dat je een computer had! zei rnama hartelijk, toen ze binnenkwam en hem naar de kamer van zijn vader zag gaan.

Als hij daar binnenging, was het om te computeren, want zijn taken maken en zijn lessen leren deed hij net als Maaike in de woonkamer. Dat vond ze gezellig. "Dan zijn we wat meer samen", had ze gezegd.

Hij haalde diep adem, knipte de computer aan, stopte de diskette in de gleuf en wachtte. Nu zou de computer gaan zoemen, dan zouden horizontale zwarte strepen op het scherm verschijnen, en daarna het menu.

Hij schrok toen hij opeens drie pieptonen hoorde en zag dat het scherm helemaal, groen bleef. Had hij iets verkeerd gedaan? Of stond er helemaal niets op de diskette?...

Hij probeerde opnieuw, maar het resultaat was hetzelfde. Had hij iets over het hoofd gezien? Of had zijn vader hem nog niet alles geleerd over het lezen van diskettes?...

Hij nam de gebruiksaanwijzing en zocht er even in. Natuurlijk! Hoe kon hij zo stom zijn? Dit was een 'Datadiskette'! Daarop kon je tweemaal zoveel gegevens opslaan als op een gewone... Ah, daar stond het... Hij moest met een 'start off-diskette' het programma inlezen, dan die diskette vervangen door zijn 'datadiskette', en dan pas kon hij aan de slag...

Hij nam een van zijn eigen diskettes, liet het programma opladen, haalde ze er weer uit en stopte de 'Proza'-diskette er opnieuw in. Nu moest hij nog gewoon op de functietoets 'F1' drukken..

Toen op het scherm een menu verscheen en hij 'PROZA 1' koos, werd zijn geduld eindelijk beloond. Bijna meteen kwam er een tekst te voorschijn, en hij kon beginnen lezen.

Er stond geen titel boven de tekst...

12

"Gaat u daar maar liggen, ik kom zo terug", wees de witte man naar een brancardachtig bed.

Het was voor die dokter duidelijk allemaal routine. Ik was hier de vreemde eend in de bijt.

Ik ging languit liggen, heel gespannen, want met ...

(wordt heel binnenkort vervolgd)



naar boven